Steve Jobs 1955-2011
Social innovation
Geloofwaardigheid overheid op het spel
(Frank Verborg in Trouw 24 april 2004)
De kloof die er is tussen beleid en uitvoering zet de geloofwaardigheid van de overheid op het spel. Met een strikte regelgeving probeert men tevergeefs problemen de baas te worden. Het is veel beter op de creativiteit van functionarissen te vertrouwen.
Onderscheid maken tussen beleid en uitvoering zit politici en beleidsmakers in het bloed. Willem Vermeend, oudstaatssecretaris van financiën, gaf hier onlangs nog een mooi voorbeeld van. Hij reageerde op de belastingvrijstaatjes in woonwagenkampen met: ,,Als je beleid maakt en het wordt niet uitgevoerd, dan houdt het op. Dan kun je als staatssecretaris net zo goed stoppen. De bedoeling van de nota was heel duidelijk.” De idee dat na het uitdenken van plannen het feest pas begint, ligt buiten de belevingshorizon. Dat men gemakkelijk zijn toevlucht neemt tot het schrijven van een nota, komt omdat denken gemakkelijker is dan doen. Iedereen heeft daar wel enige ervaring mee: het is eenvoudiger tien plannen voor een vakantie of verbouwing te bedenken dan er één uit te voeren.
Beheersingsillusie
Het rapport ‘Tussen beleid en uitvoering’ van de Rekenkamer staat vandaag centraal tijdens een rondetafelgesprek van de vaste commissie van binnenlandse zaken van de Eerste Kamer met mensen uit de praktijk. Uit het rapport blijkt dat ministeries nauwelijks nagaan hoe het beleid wordt uitgevoerd. Betrouwbare informatie is niet voorhanden.
De kloof tussen uitvoering en beleid zet de geloofwaardigheid van de overheid op het spel. De remedie van de Rekenkamer lijkt logisch: vooraf concrete meetbare doelstellingen formuleren en achteraf kijken of ze gehaald zijn. Maar om de kloof echt te overbruggen is er iets anders nodig dan meer controle. Politici en beleidsmakers moeten denken en doen zien als twee zijden van één medaille. Ook moeten individuele directeuren van ziekenhuizen, scholen en gevangenissen of korpschefs meer ruimte krijgen voor een eigen aanpak. En de illusie van een beheersbare samenleving moet worden losgelaten.
Het oplossen van problemen vereist dat de overheid individuen de ruimte geeft en dat die zelf de moed hebben om onconventionele oplossingen te beproeven. In onze samenleving bestaat er een sterke tendens om het oordeelsvermogen van individuen weg te organiseren. Het ideaal is dat de organisaties individu-onafhankelijk functioneren: de één is vervangbaar door de ander. Met strikte regels wordt geprobeerd zaken eenduidig en van bovenaf te beheersen en te controleren.
Lerende overheid
Op terreinen als criminaliteitsbestrijding, achterstand van probleemjongeren, inburgering van allochtonen is echter creativiteit vereist. De korpschef in de ene regio zal het dan anders aanpakken dan zijn collega in de andere regio, maar dat maakt het juist interessant. Korpschef Anja Grootoonk van de regiopolitie Noord-Holland wil bijvoorbeeld geen extra agenten, maar investeren in wat er is.
Vorige week werd duidelijk dat minister Remkes dreigt met een maatregel als Brink de uitbreiding van haar korps niet accepteert (Trouw, 17 april). Waarom heeft de minister zo weinig vertrouwen in zijn eigen mensen? De Rekenkamer pleit voor een ‘lerende overheid’, maar dat vereist breken met eenvormigheid en aan korpschefs, schooldirecteuren en anderen ruimte geven om vanuit het eigen oordeel met zaken te experimenteren.
Het verminderen van een uniforme en centrale sturing is moeilijk in een samenleving die gericht is op beheersing, die verrassingen wil uitbannen, waarin voor mislukking geen plaats is en die moeite heeft om de dood een plek te geven. Het streven naar beheersing, zegt de meest geciteerde socioloog van dit moment Anthony Giddens, is een obsessie van moderniteit. Vanuit dit gezichtspunt vervult beleid de functie om de illusie van een veilige wereld in stand te houden.
Het kabinet wil minder regels, maar de eerste de beste ramp zal ons weer opzadelen met een stortvloed aan regels. We weten dat de keizer geen kleren aan heeft, maar niemand durft dat hardop te zeggen, niemand wil het echt horen. Geen enkele minister kan het zich permitteren om na rampspoed de zaken te relativeren. Toen de voormalige minister van Justitie Benk Korthals niet één twee drie geneigd was om de bolletjesslikkers uit de Antillen op te sluiten, werd hem direct desinteresse verweten. De dynamiek van de media en de beheersingsillusie zijn sterke motoren achter de beleidsmachine van de overheid.
Als de overheid ambitie en realiteit dichter bij elkaar wil brengen zal ze lef moeten tonen. Het centrum van de beleidsvorming moet worden verlegd van de ministeries naar de praktijk en de overheid moet meer vertrouwen op de inzet en verantwoordelijkheid van individuele functionarissen en burgers. In de rechtspraak wordt de interpretatie volop toegepast en vertrouwen we op het oordeelsvermogen van individuele rechters. Wordt het niet tijd dat we ook in andere sectoren van de samenleving inzetten op het oordeelsvermogen van individuen?
© Trouw / Frank Verborg
(Frank Verborg in Trouw 24 april 2004) Lees meer »
Kloof tussen beleid en uitvoering zet geloofwaardigheid van de overheid op het spel.

